Terug

“We rijden vast verkeerd,” veronderstelt T. een beetje gestresst. Hij kijkt naar de cijfers op de autoklok. Om kwart voor zeven landt het vliegtuig. Dat is het nu. We zijn wel in de buurt: we hebben de borden met “Schiphol” al zien staan, maar de vele bochten in de weg geven het gevoel dat we rondjes rijden. Ik herinner me vaag dat de laatste keer dat ik in een auto zat (meestal ga ik met de trein) naar lands grootste luchthaven, dat ook het geval was. “Nee, dit klopt wel,” stel ik hem gerust. “Hij moet nog zijn koffer halen en dat kost ook tijd, we halen het wel.” Hoop ik. Even later doemen borden op die verwijzen naar de ingang en kort parkeren. Ik zie de grote, hoge reclamezuilen en de witte letters “Amsterdam Airport Schiphol” op het grijsgetinte glas.

We komen in een lange rij bijna stilstaande auto’s terecht die kennelijk hetzelfde willen: even parkeren om iemand op te halen.T. stelt voor dat hij een parkeerplaats zoekt en dat ik dan alvast naar binnen ga.

Het episch centrum van onderweg zijn. De drukte in de hal geeft me een gevoel in een andere, snelle wereld te zijn gekomen, ver weg van stilstaand leven in kantoren en huizen. Ik weet dat ik naar “Arrivals” moet. En dan kom ik tot de ontdekking dat zijn vluchtnummer op een briefje staat dat bij mij thuis ligt. Oei! Maar ik herinner me dat hij in de route van zijn terugvlucht had staan dat hij via Londen zou vliegen. Misschien vluchten uit Londen zoeken op de schermen die hier hangen? Of zou ik dan toch naar Los Angeles moeten kijken? Ik vind Heathrow al snel tussen de namen op het beeld en ja: er staat kwart voor zeven, landing. Kan geen toeval zijn, concludeer ik en haast me naar hal 1.

Er lopen al mensen naar buiten. Is het zo snel gegaan dan met de aankomst? Elke keer openen de panelen zich als in een schouwburg en toont het mensen met bagage aan de groep achter de blauwe balustrade. Koffers op wieltjes in allerlei kleuren, sporttassen, grote handtassen. Hij heeft een backpack, die zie ik niet. Sta ik hier wel goed? Moest het niet toch Los Angeles zijn? Straks komt hij in een andere hal aan en denkt hij dat hij niet opgehaald wordt en stapt in de trein en dan …

Natuurlijk heb ik hem bericht dat wij hem komen ophalen nadat hij zijn vluchtschema had gestuurd. Maar of hij het heeft gelezen? Er kwam geen reactie. Zou wel jammer zijn wanneer we hem missen. De rit hier naar toe ging minder vlot dan we dachten en daardoor zijn we hier wat aan de late kant. En T. is er ook nog niet, die is nog aan het speuren voor een stalplek voor zijn auto.

De aangekomen reizigers zie ik met hun ogen speuren over het wachtende publiek. Ik zie gezichten opklaren. Een brede glimlach bij herkenning. Bagage wordt losgelaten, omhelzingen volgen. Het zijn allemaal onbekenden en het blijft onbekend zodat de moed me een beetje in de schoenen zakt. Het lijkt me opeens onwaarschijnlijk dat mijn zoon hier zomaar tussen zal lopen. Alsof ik bij de verkeerde groep sta, namelijk de groep “vreemden vanaf een andere bestemming dan die van hem”. Mijn gedachten dwalen af naar de aarzeling wat nu te doen. Terug naar de centrale ruimte?

En dan nemen mijn ogen vertrouwde gelaatstrekken waar. Rechte neus, donkere ogen, zware wenkbrauwen. Backpack op de rug tot iets boven zijn nek. Mijn ogen weten het eerder dan mijn hersens. En nog bijna voordat ik in mijn gedachten kan bevestigen dat het mijn zoon is die het podium betreedt, lach ik al naar hem. Met vochtige ogen. Die ontroering valt helemaal samen met de herkenning. Hij lacht terug. Het is alsof er niets tussen dat moment zit en het moment dat we elkaar omarmen. Hij moet naar me toe gelopen zijn, maar die beweging lijkt er niet te zijn geweest. Mijn brein heeft inmiddels de bewustwording geaccepteerd dat hier mijn kind staat. Terug. Heelhuids. Uit Amerika. Een lange reis gemaakt, een maand weggeweest. In maart van dat jaar nog ernstig ziek. Toen hadden we niet kunnen voorspellen dat we hem het eind van het jaar van Schiphol zouden ophalen. Ik voel een sentimentele stemming de lift van mijn buik naar boven gaan, die mijn gezichtsuitdrukking over wil nemen. Nee, niet doen, misschien vindt hij dat wat TE van zijn moeder. Ik maan de tranen aan om zich rustig te houden: “later, jullie”.

Het helpt om even iets nuchters te zeggen: “Papa kon zijn auto niet direct kwijt bij de ingang en komt zo,” vertel ik. Op het moment dat ik het zeg, komt hij er aan lopen.

“Nog even ergens zitten voor we teruggaan?” We lopen richting horecaterrassen. Mijn zoon doet zijn enorme rugtas af en pakt een stoel. “Ik heb wel zin in een broodje beenham. Kon ik daar niet krijgen.”

weerloos

Wanneer ik mijn fiets op slot zet, hoor ik een geluid dat van binnen meteen een alertseintje oproept, nog voordat ik het kan plaatsen. Zoals de geur van brand of een knal van een ontploffing dat zou doen: iets is niet okay, zegt mijn inwendige alarm, gevaar!

Het is een kind dat huilt. Maar niet op een manier van “ikkrijgmijnzinniet”. Het is geen dreinigere dreun, het is angst dat doorklinkt in zijn verdriet. Angst en psychische pijn om iets wat er kennelijk in zijn zicht gebeurt. Ik kijk in de richting waar mijn oren mij sturen. Vijftig meter bij mij vandaan. De half overdekte gang van het winkelcentrum. Ik zie een boodschappentas, met de kleur en het merk van de supermarkt waar ik naar toe wil, door de lucht vliegen. Hij belandt op de grond en ik verwacht over de grond rollende boodschappen, maar het valt mee. De inhoud blijft in de tas. Huh, zwevende tassen? Weer registreer ik eerder, nu met mijn ogen, dan dat ik de situatie kan duiden. Er staan een paar mensen in een slordige kring.

En dan zie ik het. Een arm die woest en driftig naar een gezicht zwaait. Een hand slaat. Ik verwacht twee mannen maar moet dat beeld meteen omzetten. Het zijn twee vrouwen. De agressie die als een gifwolk tussen de vrouwen hangt is zelfs bij mij voelbaar. Ik voel een blinde haat die nietsontziend kan verwoesten en dat beangstigt me. Het maakt dat ik blijf staan in plaats van door te lopen om mijn boodschappen te gaan doen. Rationeel weet ik dat ik niet bang hoef te zijn: de woede is niet op mij gericht. Maar hoe moet dat voelen voor het kleine jongetje dat vlak bij de vrouwen staat te huilen? Is het zijn moeder die aanvalt of is het de andere vrouw? Die vrouw laat zich niet zomaar slaan en de klap die ze teruggeeft is ook raak. Ze schreeuwen scheldwoorden naar elkaar. Maar daar bovenuit klinkt het traumatische gejammer van het jongetje dat mij bodemloos diep raakt. De weerloosheid van de lange, klagende klanken.

Een man in een witte jas van een winkel komt naar buiten en gaat tussen de vrouwen staan. Een andere man houdt een vrouw vast. Beiden hebben grote moeite om de vrouwen rustig te houden. Langs hun ruggen bewegen nog steeds driftige vuisten die pogingen doen de ander te raken. Een vrouw neemt het niet stil te krijgen jongetje op de arm. “Kijk nou toch eens naar het kind!” Zoiets roept ze, ik versta het niet helemaal. 

Dat je geweld gebruikt om je gevoelens te uiten waardeer ik al niet bijzonder. Maar dat je dat dan doet in bijzijn van een klein mensje dat volledig afhankelijk van je is,  die geweld ziet bij de persoon waar zijn wereldje van veiligheid helemaal omheen is gebouwd, dat is erg.

Ik heb nog tranen in mijn ogen als ik in de supermarkt ben.

Vind ik niet meer leuk

- Stopwoordje “helemaal” in “helemaal leuk” en “helemaal goed” : je geeft daarmee aan dat als je iets leuk of goed vindt zonder dat woord ervoor het kennelijk maar een beetje of half leuk/goed is; 

- Johan Derksen die ons wil bewegen om over te stappen naar een andere energiemaatschappij: hij doet alsof het gaat om het feit dat wij nooit zo actief zijn om over te stappen (slapers), maar we moeten dan wel overstappen naar die mij. waar hij reclame voor maakt;

- Bij een lang woord dat je gebruikt eraan toevoegen dat het een mooi scrabblewoord is: ten eerste heb je nooit al die letters toevallig in 1 keer van zo’n woord en ten tweede past dat vaak niet eens op het bord;

- Een vervelende of ernstige situatie omschrijven als “Het was alsof ik een slechte B-film terecht was gekomen”. Lijkt me sterk dat je daar dan wel eens in gespeeld hebt zodat je weet hoe dat is.  En als een slechte B-film dan wel de situatie weergeeft waar je in zit, dan is het nog niet zo’n slechte film, in elk geval wel realistisch;

- De schorre mensen van de Simpelreclame: alleen de eerste keer leuk, daarna te vervelend om aan te horen, zo erg dat je denkt: een belabonnement waarbij je zoveel belt dat je schor wordt neem ik dan maar liever niet;

- Het woordje “hard” in de combinatie van “werken” of met iets bezigs zijn: politici menen dit te pas en te onpas te moeten gebruiken om aan te geven dat ze niet lui zijn…?

- Het geruzie in het Ajax-bestuur waarvan wij kennelijk via de media elk detail willen weten;

Ik hoor graag wat lezers “niet meer leuk” vinden!

Digna’s dagen, 29

“Wat vreemd,” reageert Anton. Hij draait de kaart om en kijkt naar de tekst op de achterkant, wat hij ook al eerder heeft gedaan. Ze zitten op de bank in Digna’s woning. Digna heeft hem de mysterieuze kaart laten zien.

“Het is natuurlijk maar een kaart. Maar toch… Als je bedenkt dat iemand de moeite heeft genomen om hem te uit te zoeken, te kopen, naar jouw huis te gaan om hem in de brievenbus te doen… Als Jan dat niet gedaan heeft, wie doet dan zoiets en waarom?”

“Geen idee. Misschien moet ik er ook niet teveel over nadenken.” Digna pakt de kaart van Anton aan en legt hem op een plank in haar boekenkast. “Koffie?”

“Ja, lekker.”

“Is je ex-man misschien opeens jaloers?” Anton is nog wel met de kaart bezig, constateert Digna terwijl ze koffie inschenkt.

“Meindert? Nee. Dat is al zo lang geleden. Die is nu al jaren weer hertrouwd. Ik ken hem ook niet als een jaloerse man. En dan helemaal niet als iemand die dan dat soort dingen zou doen als anoniem kaartjes versturen. Ach, iemand die het misschien grappig vindt wat verwarring te zaaien. Het kan een kwajongensstreek zijn van een buurjongetje of zo. ”

Daarmee is het onderwerp afgedaan. Ze wisselen wat nieuwtjes uit. Digna vertelt over de nieuwe liefde van haar dochter. “Ze komen volgende week woensdag langs. Even eten bij mams. Ik ben benieuwd!”

“Spannend.” Anton spreekt het woord heel snel uit waardoor Digna opeens het gevoel krijgt dat hij iets wil zeggen. Dat gevoel blijkt terecht want er valt een geladen stilte. “Over nieuwe liefdes gesproken… ”. Anton aarzelt. Zijn blik lijkt een beetje op die van Bente vroeger, vlak voordat ze vertelde dat ze een 4 op wiskunde had.

Eindelijk!

Het lijkt er op dat ik eindelijk weer kan bloggen. Nu hoop ik dat de lezers weer terug komen!

Tot gauw.

Zand erover

In deze komkommertijd (en ik wens de komkommerkwekers echt een hele, fijne, succesvolle komkommertijd toe na de Ehec-komkommercrisis) worden in tv-land weer wat oude koeien van stal gehaald. Nu is het fijn dat het seniorvee in de wei mag, maar zitten we er op te wachten?

Zo zet RTL-4 Allesoplosser-in-1 John Williams in (bekend van de "Help, mijn man is …(en vul een willekeurig woord in)"-reeks en "Help, we hebben Herrie met de Buren") bij een nieuwe versie van "Het Spijt Me". Wie herinnert zich niet dat bloemetje bij de deuropening dat generatieoverstijgende familieruzies weer goed moest maken?

Maar ook SBS-6 ziet luxebroodjes in deze opbakformule. Zij hebben Danny de Munk als Mister Mediator! Alleen de naam van het programma… Daarbij vraag ik me af hoe de decenniavretende vetes in dit programma worden beslecht. Of of dat wel op een vredelievende manier gebeurt. Want het heet: "Zand erover".

Digna’s dagen, 28

Ze merkt nu ook op dat er geen postzegel op de kaart is geplakt. Ze dacht dat de kaart tussen de post zat die ze net heeft gekregen maar nu herinnert ze zich dat hij op de mat lag. Hij was er dus al eerder… Betekent dat dat Jan er speciaal voor naar haar appartement is gegaan? Toen ze met Suus, Jan en Betty op vakantie ging, hebben ze haar bij haar huis opgehaald. Hij weet dus waar ze woont. Tja, hoe had ze toen al kunnen bedenken dat ze beter niet bekend had kunnen maken waar ze woont, omdat de man van het gezelschap haar zou lastigvallen later?

Ze vindt het een erg vervelend idee dat hij zo dicht bij haar huis is geweest. Bij de plek waar ze zich gewoonlijk veilig voelt. Haar huis. Zou hij naar binnen gekeken hebben? Ze huivert.

Dit moet stoppen. Een cadeautje met Valentijn. Een telefoontje. En nu een kaart met een insinuerende tekst erop. Ze heeft er genoeg van. Ze gaat hem bellen. Nu.

Heeft ze het nummer? Toen Jan belde was dat niet zichtbaar. Wacht, ze heeft nog een smsje van Jan en Betty bewaard. Ze kreeg het toen ze eerder thuis was gekomen van die akelige vakantie. Een excuus van Jan en Betty. Reno had trouwens gelijk, misschien is ze niet duidelijk genoeg geweest naar Jan toe, toen. Maar dat misverstand zal ze nu voor eens en altijd uit de wereld helpen.

Het smsje is van Jan en Betty.  Ze vermoedt nu meer van Betty dan van Jan. Ze klikt optie "bellen" aan.

"Jan."

"Met Digna. Luister: ik wil geen cadeautjes meer van je ontvangen. Geen telefoontjes meer. Geen kaarten. Niets meer. Helemaal niets meer. Ik heb geen enkele belangstelling voor je. Ik wil totaal geen contact meer met jou, is dat duidelijk? Bemoei je niet met mijn leven. En wil je uit de buurt van mijn huis blijven?"  Ze hoopt dat hij niet merkt dat haar stem trilt. En dat ze haar adem niet goed verdeelt over de woorden en bijna tekort komt aan lucht om de laatste woorden goed uit te spreken van de spanning.

"Waar komt dit opeens vandaan? Ik heb dat cadeautje als goedmakertje voor wat er tijdens de vakantie gebeurd is gestuurd. Het leek me wel grappig dat met Valentijn te doen. Misschien niet helemaal gepast, okay. Maar je doet alsof ik doorlopend contact zoek…! Zei je een kaart? Ik weet niks van een kaart. Wat voor kaart?"

Digna moet met grote tegenzin erkennen dat hij oprecht verbaasd klinkt. Er klopt iets niet.

Terugspoelen

Bible Belt, heet het album waar dit nummer van Diane Birch op staat. Too late to push rewind, zingt Diane. Prachtig piano intro. En dan begint die rauwe stem alsof er een volle, donkere vrouw zingt. Maar het is een kwetsbaar dun blank meisje, met lang haar en een hoed op.

Digna’s dagen, 27

"Je klinkt verliefd." Digna heeft Bente aan de lijn. Haar dochter vertelt haar over een nieuw vriendje. "Dat ben ik ook, mam. Hij is zoooo leuk!" Digna glimlacht en geniet mee van de verwachtingsvolle spanning in de stem van haar dochter. Ze heeft Bente sinds de breuk met haar jeugdmaatje Erwin niet meer over jongens gehoord. Heerlijk, die ongecompliceerde liefde. Ze hangt op met de vrij traditionele moederwoorden "neem hem eens mee te eten" terwijl ze naar de keuken loopt. Digna denkt na over de liefdes in haar leven. Niet meer onbevangen. Niet meer met passievol ongeremd optimisme.

Reno, die af en toe komt. Hij houdt zich aan het langzaam-aan-script. Is ze nog verliefd op hem? Het lijkt erop dat er wel weer iets groeit. Er groeit weer vertrouwen in hem. En dan Anton. Tja. Hij wil nog steeds alleen maar vriendschap. Hij is in therapie. Praat daar over zijn overleden vrouw. En of hij weer open staat voor een nieuwe affectie. Digna kan goed met hem opschieten. De laatste keer op het terras was leuk. Ze hadden het over ernstige onderwerpen, zoals het verlies door de dood, maar ook over de mooie zaken in het leven. Praten gaat gemakkelijk met hem.

Ze schenkt koffie in. Lekker, zo'n vrije dag. Ze hoort de brievenbus klepperen. Met de koffie in haar hand loopt ze naar de gang. De post hangt tussen de dikke borstelharen van de gleuf en schreeuwt haar toe: Gefeliciteerd, mevrouw! Goh, alweer een cabrio gewonnen! Het wordt saai, al die auto's. Er ligt ook een kaartje op de mat. Nieuwsgierig pakt ze het op. Ze kent niemand die momenteel op vakantie is. Op de voorkant staat een mediterraan aandoend terrasje: gietijzeren stoeltjes omringd door veel bougainville. Iemand zit in een zonnig land kennelijk. En die iemand schrijft op de achterkant een paar regels, ziet ze, als ze de kaart omdraait.

Ze leest de tekst een paar keer over omdat de betekenis zich eerst in haar hoofd schuil houdt. Omdat ze niet direct kan geloven wat ze leest. Maar het staat er: "Bevalt het, twee mannen tegelijk?" Digna houdt haar adem hoog vast.  

Geen afzender. Maar ze weet nu dat ze niet terecht heeft verondersteld dat Jan haar niet zag, op dat terrasje.

Ik had bij je moeten zijn

Ik zag je foto op de site. Je leek me erg lief en je leek op Muis. Ik vroeg aan het asiel of je al door iemand gereserveerd was. Ik weet nog dat ik dacht toen ik hoorde dat dat niet het geval was: Goh, zo'n lieve, mooie kat en dan nog niet besproken. Misschien was dat omdat je zo ontzettend bang was, bedacht ik later.

Want in het asiel wilde je niet eens bekeken worden. Je verschool je achter zo'n nepboom die in het asiel stond. We hadden grote moeite om een glimp van je op te vangen, laat staan je in een reismand te krijgen. Ik kreeg een folder mee hoe om te gaan met schuwe katten. Zo vrij als je asielgenootje Mickey was, die ons in het kattenverblijf al royaal op vleiende kopjes trakteerde, zo schuchter was jij. Je verstopte je.

Je wende langzaam. Je zat niet meer onder de tafel. Je liet je aaien, al was je dan wel erg op je hoede. Wil ze strelen of gaat ze slaan? leek je vaak te denken. Maar je wantrouwen werd steeds minder. Je ging je meer en meer op je gemak voelen. Dan lag je met Mickey op de bank. Of op jouw stoel. Want de grijze stoel was echt jouw plek.

 DSC00109 

Je ontdekte het genot van geaaid te worden maar vooral hoe je er om kon vragen. Wanneer ik beneden kwam en jij lag op je favoriete stoel dan ging je kop lonkend omhoog. Je lijf maakte al jubelend een kwart slag. Daar is ze weer en ze gaat me strelen! Joepie!

Je geliefde bezigheid was de glazen siersteentjes van de salontafel af tikken. Dat deed je met je linkerpoot en je kop stond dan een beetje scheef. Ik kon zien dat je het een werkje vond dat je secuur moest uitvoeren. Wanneer het steentje dan op de grond viel was het poezenpret op zijn best. Dan rende je er achter aan terwijl je het steentje voor je uit gooide. Ik vond de steentjes dan later bij het stofzuigen in hoekjes of onder de bank.

DSC00091 

DSC00095 

Maar hoe leuk je het ook ging vinden in mijn huis, je bleef een kat die graag naar buiten wilde. En dat heeft je dan ook je leven gekost. Al weet ik niet hoe, lieve Djago. Ik weet wel dat je vaak, als je mij zag aan de overkant van de straat, zonder op of om te kijken overstak. Ik denk dat je het paasweekend dat je gevonden bent, ook zo onvoorzichtig was. De mensen van de dierenambulance vermoeden dat je na een flinke tik van een auto naar de waterkant bent gekropen. Waar iemand je zag liggen en het meldde. Maar dat was pas later.

Ik miste je voor het eerst zaterdagochtend voor Pasen. Mickey stond alleen bij de achterdeur. Ik heb je veel geroepen die dag. Je kwam niet. Die avond heb ik aangebeld bij het hele blok overburen. Nee, geen kat opgesloten in de garage of schuur. Ik gaf je als vermist op bij Amivedi. Twee en halve dag wist ik niet waar je was en hoopte ik dat je zomaar weer opeens mijn paadje op zou komen wandelen. Had ik maar meteen geweten waar je lag. Je moet daar die dagen dat ik je miste, alleen gelegen hebben. Helemaal alleen doodgegaan.

Ik mis je erg, Djago. Ik had je zo graag nog veel langer mijn liefde en warmte gegeven die je kennelijk zo weinig had gehad in je leventje. Twee jaar en twee maanden was je bij me. Ik had je nog losser willen maken en nog meer willen laten genieten. Maar als ik de foto's van je bekijk zie ik dat je wel gelukkig was bij mij. Al vind ik dat ik ook bij je had moeten zijn toen je stierf. Om je tenminste een laatste afscheidsknuffel te geven.

Hieronder de laatste keer dat je mij aankeek voor de foto, vier dagen voordat je aangereden moet zijn.

DSC00355 

Dag lieve, lieve Djago. Ik hoop dat als je nog terug zou kunnen denken aan de laatste twee jaar van je leven, dat je er dan aan denkt als een fijne tijd.

Disclaimer | Privacy & Cookie | Copyright notice | Voorwaarden | Melding maken

©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.