Vind ik niet meer leuk

- Stopwoordje “helemaal”  in “helemaal leuk” en “helemaal goed” : je geeft daarmee aan dat als je iets leuk of goed vindt zonder dat woord ervoor het kennelijk maar een beetje of half leuk/goed is; 

- Johan Derksen die ons wil bewegen om over te stappen naar een andere energiemaatschappij: hij doet alsof het gaat om het feit dat wij nooit zo actief zijn om over te stappen (slapers), maar we moeten dan wel overstappen naar die mij. waar hij reclame voor maakt;

- Bij een lang woord dat je gebruikt eraan toevoegen dat het een mooi scrabblewoord is: ten eerste heb je nooit al die letters toevallig in 1 keer van zo’n woord en ten tweede past dat vaak niet eens op het bord;

- Een vervelende of ernstige situatie omschrijven als “Het was alsof ik een slechte B-film terecht was gekomen”. Lijkt me sterk dat je daar dan wel eens in gespeeld hebt zodat je weet hoe dat is.  En als een slechte B-film dan wel de situatie weergeeft waar je in zit, dan is het nog niet zo’n slechte film, in elk geval wel realistisch;

- De schorre mensen van de Simpelreclame: alleen de eerste keer leuk, daarna te vervelend om aan te horen, zo erg dat je denkt: een belabonnement waarbij je zoveel belt dat je schor wordt neem ik dan maar liever niet;

- Het woordje “hard” in de combinatie van “werken” of met iets bezigs zijn: politici menen dit te pas en te onpas te moeten gebruiken om aan te geven dat ze niet lui zijn…?

- Het geruzie in het Ajax-bestuur waarvan wij kennelijk via de media elk detail willen weten;

Ik hoor graag wat lezers “niet meer leuk” vinden!

Digna’s dagen, 29

“Wat vreemd,” reageert Anton. Hij draait de kaart om en kijkt naar de tekst op de achterkant, wat hij ook al eerder heeft gedaan. Ze zitten op de bank in Digna’s woning. Digna heeft hem de mysterieuze kaart laten zien.

“Het is natuurlijk maar een kaart. Maar toch… Als je bedenkt dat iemand de moeite heeft genomen om hem te uit te zoeken, te kopen, naar jouw huis te gaan om hem in de brievenbus te doen… Als Jan dat niet gedaan heeft, wie doet dan zoiets en waarom?”

“Geen idee. Misschien moet ik er ook niet teveel over nadenken.” Digna pakt de kaart van Anton aan en legt hem op een plank in haar boekenkast. “Koffie?”

“Ja, lekker.”

“Is je ex-man misschien opeens jaloers?” Anton is nog wel met de kaart bezig, constateert Digna terwijl ze koffie inschenkt.

“Meindert? Nee. Dat is al zo lang geleden. Die is nu al jaren weer hertrouwd. Ik ken hem ook niet als een jaloerse man. En dan helemaal niet als iemand die dan dat soort dingen zou doen als anoniem kaartjes versturen. Ach, iemand die het misschien grappig vindt wat verwarring te zaaien. Het kan een kwajongensstreek zijn van een buurjongetje of zo. ”

Daarmee is het onderwerp afgedaan. Ze wisselen wat nieuwtjes uit. Digna vertelt over de nieuwe liefde van haar dochter. “Ze komen volgende week woensdag langs. Even eten bij mams. Ik ben benieuwd!”

“Spannend.” Anton spreekt het woord heel snel uit waardoor Digna opeens het gevoel krijgt dat hij iets wil zeggen. Dat gevoel blijkt terecht want er valt een geladen stilte. “Over nieuwe liefdes gesproken… ”. Anton aarzelt. Zijn blik lijkt een beetje op die van Bente vroeger, vlak voordat ze vertelde dat ze een 4 op wiskunde had.

Eindelijk!

Het lijkt er op dat ik eindelijk weer kan bloggen. Nu hoop ik dat de lezers weer terug komen!

Tot gauw.

Zand erover

In deze komkommertijd (en ik wens de komkommerkwekers echt een hele, fijne, succesvolle komkommertijd toe na de Ehec-komkommercrisis) worden in tv-land weer wat oude koeien van stal gehaald. Nu is het fijn dat het seniorvee in de wei mag, maar zitten we er op te wachten?

Zo zet RTL-4 Allesoplosser-in-1 John Williams in (bekend van de "Help, mijn man is …(en vul een willekeurig woord in)"-reeks en "Help, we hebben Herrie met de Buren") bij een nieuwe versie van "Het Spijt Me". Wie herinnert zich niet dat bloemetje bij de deuropening dat generatieoverstijgende familieruzies weer goed moest maken?

Maar ook SBS-6 ziet luxebroodjes in deze opbakformule. Zij hebben Danny de Munk als Mister Mediator! Alleen de naam van het programma… Daarbij vraag ik me af hoe de decenniavretende vetes in dit programma worden beslecht. Of of dat wel op een vredelievende manier gebeurt. Want het heet: "Zand erover".

Digna’s dagen, 28

Ze merkt nu ook op dat er geen postzegel op de kaart is geplakt. Ze dacht dat de kaart tussen de post zat die ze net heeft gekregen maar nu herinnert ze zich dat hij op de mat lag. Hij was er dus al eerder… Betekent dat dat Jan er speciaal voor naar haar appartement is gegaan? Toen ze met Suus, Jan en Betty op vakantie ging, hebben ze haar bij haar huis opgehaald. Hij weet dus waar ze woont. Tja, hoe had ze toen al kunnen bedenken dat ze beter niet bekend had kunnen maken waar ze woont, omdat de man van het gezelschap haar zou lastigvallen later?

Ze vindt het een erg vervelend idee dat hij zo dicht bij haar huis is geweest. Bij de plek waar ze zich gewoonlijk veilig voelt. Haar huis. Zou hij naar binnen gekeken hebben? Ze huivert.

Dit moet stoppen. Een cadeautje met Valentijn. Een telefoontje. En nu een kaart met een insinuerende tekst erop. Ze heeft er genoeg van. Ze gaat hem bellen. Nu.

Heeft ze het nummer? Toen Jan belde was dat niet zichtbaar. Wacht, ze heeft nog een smsje van Jan en Betty bewaard. Ze kreeg het toen ze eerder thuis was gekomen van die akelige vakantie. Een excuus van Jan en Betty. Reno had trouwens gelijk, misschien is ze niet duidelijk genoeg geweest naar Jan toe, toen. Maar dat misverstand zal ze nu voor eens en altijd uit de wereld helpen.

Het smsje is van Jan en Betty.  Ze vermoedt nu meer van Betty dan van Jan. Ze klikt optie "bellen" aan.

"Jan."

"Met Digna. Luister: ik wil geen cadeautjes meer van je ontvangen. Geen telefoontjes meer. Geen kaarten. Niets meer. Helemaal niets meer. Ik heb geen enkele belangstelling voor je. Ik wil totaal geen contact meer met jou, is dat duidelijk? Bemoei je niet met mijn leven. En wil je uit de buurt van mijn huis blijven?"  Ze hoopt dat hij niet merkt dat haar stem trilt. En dat ze haar adem niet goed verdeelt over de woorden en bijna tekort komt aan lucht om de laatste woorden goed uit te spreken van de spanning.

"Waar komt dit opeens vandaan? Ik heb dat cadeautje als goedmakertje voor wat er tijdens de vakantie gebeurd is gestuurd. Het leek me wel grappig dat met Valentijn te doen. Misschien niet helemaal gepast, okay. Maar je doet alsof ik doorlopend contact zoek…! Zei je een kaart? Ik weet niks van een kaart. Wat voor kaart?"

Digna moet met grote tegenzin erkennen dat hij oprecht verbaasd klinkt. Er klopt iets niet.

Terugspoelen

Bible Belt, heet het album waar dit nummer van Diane Birch op staat. Too late to push rewind, zingt Diane. Prachtig piano intro. En dan begint die rauwe stem alsof er een volle, donkere vrouw zingt. Maar het is een kwetsbaar dun blank meisje, met lang haar en een hoed op.

Digna’s dagen, 27

"Je klinkt verliefd." Digna heeft Bente aan de lijn. Haar dochter vertelt haar over een nieuw vriendje. "Dat ben ik ook, mam. Hij is zoooo leuk!" Digna glimlacht en geniet mee van de verwachtingsvolle spanning in de stem van haar dochter. Ze heeft Bente sinds de breuk met haar jeugdmaatje Erwin niet meer over jongens gehoord. Heerlijk, die ongecompliceerde liefde. Ze hangt op met de vrij traditionele moederwoorden "neem hem eens mee te eten" terwijl ze naar de keuken loopt. Digna denkt na over de liefdes in haar leven. Niet meer onbevangen. Niet meer met passievol ongeremd optimisme.

Reno, die af en toe komt. Hij houdt zich aan het langzaam-aan-script. Is ze nog verliefd op hem? Het lijkt erop dat er wel weer iets groeit. Er groeit weer vertrouwen in hem. En dan Anton. Tja. Hij wil nog steeds alleen maar vriendschap. Hij is in therapie. Praat daar over zijn overleden vrouw. En of hij weer open staat voor een nieuwe affectie. Digna kan goed met hem opschieten. De laatste keer op het terras was leuk. Ze hadden het over ernstige onderwerpen, zoals het verlies door de dood, maar ook over de mooie zaken in het leven. Praten gaat gemakkelijk met hem.

Ze schenkt koffie in. Lekker, zo'n vrije dag. Ze hoort de brievenbus klepperen. Met de koffie in haar hand loopt ze naar de gang. De post hangt tussen de dikke borstelharen van de gleuf en schreeuwt haar toe: Gefeliciteerd, mevrouw! Goh, alweer een cabrio gewonnen! Het wordt saai, al die auto's. Er ligt ook een kaartje op de mat. Nieuwsgierig pakt ze het op. Ze kent niemand die momenteel op vakantie is. Op de voorkant staat een mediterraan aandoend terrasje: gietijzeren stoeltjes omringd door veel bougainville. Iemand zit in een zonnig land kennelijk. En die iemand schrijft op de achterkant een paar regels, ziet ze, als ze de kaart omdraait.

Ze leest de tekst een paar keer over omdat de betekenis zich eerst in haar hoofd schuil houdt. Omdat ze niet direct kan geloven wat ze leest. Maar het staat er: "Bevalt het, twee mannen tegelijk?" Digna houdt haar adem hoog vast.  

Geen afzender. Maar ze weet nu dat ze niet terecht heeft verondersteld dat Jan haar niet zag, op dat terrasje.

Ik had bij je moeten zijn

Ik zag je foto op de site. Je leek me erg lief en je leek op Muis. Ik vroeg aan het asiel of je al door iemand gereserveerd was. Ik weet nog dat ik dacht toen ik hoorde dat dat niet het geval was: Goh, zo'n lieve, mooie kat en dan nog niet besproken. Misschien was dat omdat je zo ontzettend bang was, bedacht ik later.

Want in het asiel wilde je niet eens bekeken worden. Je verschool je achter zo'n nepboom die in het asiel stond. We hadden grote moeite om een glimp van je op te vangen, laat staan je in een reismand te krijgen. Ik kreeg een folder mee hoe om te gaan met schuwe katten. Zo vrij als je asielgenootje Mickey was, die ons in het kattenverblijf al royaal op vleiende kopjes trakteerde, zo schuchter was jij. Je verstopte je.

Je wende langzaam. Je zat niet meer onder de tafel. Je liet je aaien, al was je dan wel erg op je hoede. Wil ze strelen of gaat ze slaan? leek je vaak te denken. Maar je wantrouwen werd steeds minder. Je ging je meer en meer op je gemak voelen. Dan lag je met Mickey op de bank. Of op jouw stoel. Want de grijze stoel was echt jouw plek.

 DSC00109 

Je ontdekte het genot van geaaid te worden maar vooral hoe je er om kon vragen. Wanneer ik beneden kwam en jij lag op je favoriete stoel dan ging je kop lonkend omhoog. Je lijf maakte al jubelend een kwart slag. Daar is ze weer en ze gaat me strelen! Joepie!

Je geliefde bezigheid was de glazen siersteentjes van de salontafel af tikken. Dat deed je met je linkerpoot en je kop stond dan een beetje scheef. Ik kon zien dat je het een werkje vond dat je secuur moest uitvoeren. Wanneer het steentje dan op de grond viel was het poezenpret op zijn best. Dan rende je er achter aan terwijl je het steentje voor je uit gooide. Ik vond de steentjes dan later bij het stofzuigen in hoekjes of onder de bank.

DSC00091 

DSC00095 

Maar hoe leuk je het ook ging vinden in mijn huis, je bleef een kat die graag naar buiten wilde. En dat heeft je dan ook je leven gekost. Al weet ik niet hoe, lieve Djago. Ik weet wel dat je vaak, als je mij zag aan de overkant van de straat, zonder op of om te kijken overstak. Ik denk dat je het paasweekend dat je gevonden bent, ook zo onvoorzichtig was. De mensen van de dierenambulance vermoeden dat je na een flinke tik van een auto naar de waterkant bent gekropen. Waar iemand je zag liggen en het meldde. Maar dat was pas later.

Ik miste je voor het eerst zaterdagochtend voor Pasen. Mickey stond alleen bij de achterdeur. Ik heb je veel geroepen die dag. Je kwam niet. Die avond heb ik aangebeld bij het hele blok overburen. Nee, geen kat opgesloten in de garage of schuur. Ik gaf je als vermist op bij Amivedi. Twee en halve dag wist ik niet waar je was en hoopte ik dat je zomaar weer opeens mijn paadje op zou komen wandelen. Had ik maar meteen geweten waar je lag. Je moet daar die dagen dat ik je miste, alleen gelegen hebben. Helemaal alleen doodgegaan.

Ik mis je erg, Djago. Ik had je zo graag nog veel langer mijn liefde en warmte gegeven die je kennelijk zo weinig had gehad in je leventje. Twee jaar en twee maanden was je bij me. Ik had je nog losser willen maken en nog meer willen laten genieten. Maar als ik de foto's van je bekijk zie ik dat je wel gelukkig was bij mij. Al vind ik dat ik ook bij je had moeten zijn toen je stierf. Om je tenminste een laatste afscheidsknuffel te geven.

Hieronder de laatste keer dat je mij aankeek voor de foto, vier dagen voordat je aangereden moet zijn.

DSC00355 

Dag lieve, lieve Djago. Ik hoop dat als je nog terug zou kunnen denken aan de laatste twee jaar van je leven, dat je er dan aan denkt als een fijne tijd.

Volwassen verzorging

Hij ziet er teneergeslagen en moe uit en zegt weinig als hij binnenkomt. (Ik hoor later dat het loopje van de ziekenhuiskamer naar de parkeerplaats hem al moeite heeft gekost). Hij heeft zijn mondkapje om omdat ik zei dat ik bezoek zou hebben. Bezoek dat ik inmiddels ingelicht heb en niet schrikt. Zijn vader brengt zijn tassen naar boven, naar zijn slaapkamer. Hij gaat zitten op de bank en meteen gaat de voordeurbel. De GGD. De vrouw, type grijsharige maatschappelijk-werkster-oude-stijl gaat tegenover J. zitten en pakt formulieren. Ze begint te overleggen over de voorraad medicijnen met hem. Ik laat mijn bezoek uit.

"Hoe lang blijft hij hier?" Nu een vraag aan mij. Het is precies een week nadat J. opgenomen is in het ziekenhuis met de acute symptomen die later tbc-verschijnselen bleken te zijn. Hij is ontslagen omdat hij geen bloed meer ophoest. Hij moet redelijk geisoleerd verder thuis uitzieken. Eerste opvang: moeder.

Ik weet dat ze heel graag zien dat hij minstens drie weken bij mij blijft logeren. Want de eerste drie weken buiten het ziekenhuis mag hij nog niet zelf boodschappen doen. Hij mag nergens komen waar veel mensen zijn. Hij mag niet met openbaar vervoer reizen en niet uitgaan. Hij mag zich niet teveel lichamelijk inspannen. Ze zien daarom liever dat hij dan bij iemand is die een beetje voor hem zorgt. Maar ik ben niet meer gewend aan een kind van mij in huis. En hij niet meer aan inwonen bij zijn moeder. En het is anders dan vroeger, hij is immers nu volwassen. Hoe lief ik mijn zoon ook vind, ik vind drie weken wel wat lang. Dus ik aarzel bij het antwoord op de vraag. "Ik ga eerst maar van een week uit. Ik wil het graag even bekijken," zeg ik dan.

Ik vraag haar of ik me speciaal moet beschermen met een tbc-patient in huis, waar ik op moet letten. J. moet altijd in een zakdoek niezen en hoesten en van mij afgewend. De bacterie overleeft niet lang buiten het lichaam. Ik hoef geen mondkapje op. Daar was men in het ziekenhuis wat meer op gebrand omdat daar nu eenmaal strenge regels gelden, maar alleen het niezen en hoesten geeft kans op besmetting. Ik kan verder gewoon met J. omgaan.

Wanneer zijn vader en de GGD-medewerkster vertrokken zijn gaat hij naar boven. Hij wil slapen. Ik maak hem later wakker met een maaltijd op bed. Hij eet het allemaal op en zegt dat het erg lekker is, wat een moederhart altijd goed doet. We kijken even tv en hij gaat er vroeg in.

De volgende avond, wanneer G. en ik thuiskomen van een avondje uit, staat de tv beneden luid aan op iets MTV-achtigs, maar J. is boven. Hij zit achter mijn pc, ook daar klinkt muziek, hij kijkt naar een gedownloade film. Omdat ik verwacht had dat hij al zou slapen en in een stil huis thuis te komen, overrompelt het lawaai me. Toen hij nog thuiswoonde accepteerde ik dat als een vaststaand verschijnsel: jeugd en toebehorend geluid. Nu voel ik me overvallen in eigen huis en loop impulsief gehoorgevend aan de opkomende irritatie de trap op. Ik vraag of het wat zachter kan en merk op dat hij al had moeten slapen in 1 zin.

Hij zet wat beduusd het geluid op zacht en mompelt iets. Beneden gekomen herinnert G. me eraan dat hij erg ziek is. "Hij kiest ook niet voor deze situatie. Misschien vond hij het wel niet leuk alleen thuis, niet in eigen huis, zonder ergens naar toe te kunnen. En jij komt thuis en dan had je misschien ook kunnen zeggen: hallo, wij zijn weer thuis, hoe was je avond? En dan had je iets kunnen zeggen over de muziek." Hij heeft gelijk. Ik ga weer naar boven en praat dan rustiger met J. over zijn avond en wat G. en ik gedaan hebben.

De volgende dag, de zondag, lunchen G., J. en ik gemoedelijk. We maken grapjes. "Heb jij daar nog een lepeltje?" G., vanuit de keuken naar mij, bij de bestekbak. "Jawel, maar die heb ik voor de koffie gebruikt. Doe maar een nieuw." "Tja, dan moet ik naar De Blokker. Die is niet open op zondag." Dat is typische humor die mijn zoon ook wel aanspreekt. "In Amsterdam zijn de winkels op zondag open," reageert hij adrem. "Misschien is het hier wel koopzondag," vul ik aan. De ziekte komt niet ter sprake. Na de lunch gaat G. naar huis en J. gaat wandelen, wat mag, als hij onderweg niet bij mensen blijft staan.

Terug van zijn "lucht-uitje" geeft J. aan dat hij 'eigenlijk ook wel' in eigen huis zijn rust- en isolatietijd zou kunnen uitzitten. We overleggen hoe het dan zou moeten met het boodschappen doen en maken afspraken. Hij heeft nog genoeg in huis, maar zal zijn vader die in dezelfde stad woont als hij, bellen als hij weer een nieuwe voorraad nodig heeft. "Dan moet je hem maar bellen of hij je op kan halen binnenkort," raad ik aan. J. laat geen spinnenweb over zijn plan spannen en belt meteen. Dezelfde avond is hij weer naar eigen stek.

En opeens zit ik in een weer-stil-geworden huis. Een week is een weekend geworden.

Boven leeft zijn aanwezigheid nog. Ik zie zijn bed en aan het hoofdeind de dubbele kussens rechtop staan. Op het tafeltje naast het bed ligt een Metro. Ik zie dat hij een puzzel heeft ingevuld. Jeetje… Ik had mijn zoon weer in huis. Hoe vaak komt dat nu voor dat je kind terugkomt om tijdelijk weer bij je te wonen? Een gevoel van gemis komt over me. En dat ik tekort geschoten ben: hij is heftig ziek en ik had hem moeten verzorgen. Heb ik hem weggejaagd? Waarom vond ik drie weken lang en mis ik hem dan nu?

Maar mijn zoon en ik zijn individuen op zich. We kunnen heel goed met elkaar opschieten maar willen niet opelkaars lip zitten. Later blijkt dat hij het snel weer fijn vindt zijn eigen gang op eigen honk te kunnen gaan, ondanks de isolatie. Mijn mixed feelings van heimwee en spijt blijven nog wel een paar dagen hangen.

Digna’s dagen, 26

Ze ziet Anton al van ver zitten. De zonnebril met piloten montuur staat hem goed. Hij kijkt wat peinzend voor zich uit en heeft haar nog niet opgemerkt. Voor hem staat een kop koffie. Dan wendt hij opeens zijn gezicht naar haar toe alsof iemand hem op haar heeft gewezen. "Hee!" Een glimlach op zijn gezicht. Hij doet zijn bril af en legt die naast zijn kop koffie. Hij staat op. "Je ziet er goed uit. Fijn om je weer te zien." Hij omhelst haar wanneer ze dicht genoeg genaderd is en kust haar op beide wangen.

"Wil je in zon zitten?" "Nee, deze plek is okay, blijf maar zitten. Ik heb ook wel zin in koffie."

Anton wenkt naar een serveerster die er direct aan komt. Hij heeft iets in zijn houding en gebaren waardoor bedienend personeel vaak meteen reageert. Het meisje toetst wat in op het apparaatje in haar hand. "Komt eraan."

Anton en Digna zeggen de gebruikelijke beginzinnetjes en prijzen het prachtige weer. Pas als Digna ook koffie voor zich heeft staan, zegt Anton waar hij aan denkt.

"Vorig jaar om deze tijd waren we veel in het ziekenhuis. Het was toen ook erg mooi weer maar we waren er niet erg mee bezig. Ik herinner het me meer als een achtergrond: Emma en ik in een ziekenhuiskamer en de zonwering was naar beneden. Maar ook als er sneeuw gelegen had: het had ons op dat moment niets uitgemaakt. Er gaat heel veel aan je voorbij in zulke tijden. De wereld is kanker geworden… ". Hij roert in zijn koffie en dan lijkt hij weer te beseffen dat hij nu op een terras zit. Met Digna. "Sorry. Herinneringen zijn opdringerig. Elke gelegenheid die zich voordoet waaraan ze kunnen kleven, grijpen ze aan, ze zijn als niet los te maken schaduwen van me sinds de dood van Emma," verontschuldigt hij zich dan. "Ik wil er niet voortdurend mee bezig zijn. Nu ook, ik ben hier met jou, prachtig weer, fijn terrasje. En dan komt er opeens weer zo'n associatie. Alsof elk moment dat je nog niet in gedachten herhaald hebt erom vraagt dat je het ook weer voor je gaat zien. Het moet voor buitenstaanders… voor jou… irritant zijn. Iemand die elke gelijkenis met een eerdere gebeurtenis elke keer weer op moet roepen…"

"Dat is normaal Anton." Digna legt haar hand op zijn arm.

"Misschien is het normaal. Toch houd ik het heel vaak voor me Digna. Mensen zitten er niet op te wachten." Anton legt de hand van zijn andere arm over de hand van Digna. Zo zitten ze even.

Het is druk in de stad rond de terrasjes. Digna's ogen dwalen even af naar de vele voorbijgangers. Mensen lopen nu niet gehaast. Ze slenteren. Zomerkleding, blote benen. IJsjes in hun handen. Wacht eens… daar loopt toch… Ja. Het is hem. Jan. Betty loopt naast hem. Ze zien haar niet. Betty zegt iets tegen hem en Jan kijkt haar aan. Dan zijn ze al weer uit haar beeld. Digna is opgelucht. Ze heeft erover gedacht om Betty in te lichten over het cadeau van Jan. Maar ze kwam tot de conclusie dat het niet zoveel zin zou hebben dat Betty dat wist. Ze zou misschien zelfs wel denken dat Digna toch stiekem alsnog wat begonnen was met haar man, na die rampzalige vakantie. Dus heeft ze Betty niet gebeld en het parfum weggegeven. Ze was het al weer bijna vergeten dat Jan speciaal naar haar werk gereden was om voor Valentijnsdag een pakje af te geven. En dat hij haar lievelingsparfum heeft onthouden van die ene week… en haar telefoonnummer weet. Maar nu hij met Betty langs het terrasje liep, komt het weer boven. Het blijft een onfris voorval.

"Wat is er?" vraagt Anton.

"Ik zag iemand die ik liever niet zie. Maar hij is al weer voorbij gelopen." Digna schudt haar hoofd even alsof ze Jan daarmee van zich af schudt. Anton kijkt even onderzoekend naar haar. Hij schuift zijn koffiekopje van zich af. "Wat een storende elementen op deze prachtige dag!" lacht hij. "We gaan genieten. Tijd voor wijn!" Dan weet hij de aandacht te trekken van de serveerster. "Mag ik twee droge witte wijn?" Ze gebaart dat ze het zal brengen.  

Disclaimer | Privacy & Cookie | Copyright notice | Voorwaarden | Melding maken

©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.