Je leven uit handen geven
Ze bewegen nog wat onwennig, mijn ouders in hun nieuwe appartementje. Het is een kamer met keuken er in, een gang, een slaapkamer en een balkon waar mijn moeder met haar rolstoel niet op kan. Het is niet groot en bijna in 1 keer te overzien. Mijn zus zet thee in het zorgvuldig uitgezochte servies dat nog wel mee moest. De rest van het vele keukengerei is weggedaan: er wordt hier voor ze gekookt.
Mijn moeder heeft haar mooiste blouse aan omdat het Pasen is. “Hij is veel te groot nu,” moppert ze een beetje wanneer ik zeg dat het een mooie blouse is. Ze is erg afgevallen.
Mijn vader laat mij zijn nieuwe laptop en printer zien. “Ik wil hier nog een ander bureau hebben. Dit bureau is veel te klein, daar kunnen al mijn spullen van de computer niet in.” Hij wijst naar het kleine bureautje. Het is inderdaad niet groot, maar ik zie mijn zus achter hem met haar ogen rollen naar mij toe…
Ik weet waarom, ik heb gehoord wat voor gedoe mijn twee het dichtstbij wonende zussen hebben gehad met de verhuizing van mijn ouders. De grilligheid van mijn vader over wat wel en dan weer niet zo en zo moest staan, de “toch-zoveel-mogelijk-mee-willen-nemen-en-niets-kunnen-weggooien”-drang terwijl het huisje amper een vierde is van wat ze hadden en mijn moeder ook nog eens in een rolstoel overal tussendoor moet kunnen… Mijn moeder die wel een droger mee wilde nemen, terwijl ze nooit meer hoeft te wassen hier, met het argument: “Ik wil zelf handwasjes kunnen doen met mijn mooiste kleren”. En dat dan met haar ene, niet verlamde, hand. Je ouders van een groot huis naar een verzorgingshuis verkassen: mijn zussen werden er haast hyper van.
En dat kan ik me helemaal indenken. Maar ik begrijp ook dat het weggooien van spullen die je je hele leven lang hebt verzameld, het afstand moeten doen van je hobby’s, het migreren naar een veel kleinere plek en beseffen dat dit hoogstwaarschijnlijk je laatste verblijfplaats is, het uit handen geven van je zelfstandigheid zoals je eigen was doen en zelf bepalen hoe je je leven inricht… Dat is niets niks voor mensen van bijna 90, die een half jaar daarvoor nog alles zelf deden in hun eigen huis. Misschien confronteert dit wonen in een verzorgingshuis mijn moeder nog wel meer met haar verlamming dan het revalidatiecentrum.
Ik krijg er een melancholisch gevoel van, die twee daar zo te zien scharrelen in de krappe ruimte waarbij ze beiden bijna krampachtig hun best doen er hun huis van te maken. Misschien zijn ze nog een aantal jaren gelukkig met z’n tweetjes hier, dat zou mooi zijn. En tegelijkertijd heeft het iets triests, mijn moeder in de rolstoel en mijn vader die een gangkast heeft waar nog een miniem gedeelte staat van de duizenden boeken die hij door de jaren heen had verzameld.
(Herschreven van blog met zelfde titel, Pasen 2007, ze hebben er nog dik twee jaar met z’n beiden gewoon, mijn moeder overleed in juli 2009).